mei 15, 2024

De rest-BPM berekenen is geen formaliteit, maar een strategisch spel dat duizenden euro’s kan schelen.

  • De juiste afschrijvingsmethode kiezen (tabel versus taxatierapport) kan de doorslag geven bij auto’s met meer dan normale gebruiksschade.
  • De CO2-uitstoot is de belangrijkste hefboom: een (plug-in) hybride kan door de lagere uitstoot een significant BPM-voordeel opleveren ten opzichte van een benzineversie.

Aanbeveling: Behandel de BPM-aangifte niet als invuloefening, maar als een kans voor optimalisatie. Analyseer de auto, de markt en de regels om de meest voordelige berekeningsmethode te kiezen.

De droom van veel autoliefhebbers: een jonge, rijk uitgeruste occasion uit Duitsland importeren. Het aanbod is groter, de prijzen zijn vaak scherper. Maar dan doemt er een typisch Nederlands spookbeeld op: de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen, oftewel de BPM. Veel importeurs richten zich op online calculators en standaardformules, in de veronderstelling dat de berekening een vaststaand feit is. Dit is de eerste en meest kostbare misvatting.

De waarheid is dat de berekening van de rest-BPM veel meer is dan een simpele rekensom. Het is een strategisch veld vol fiscale hefbomen, valkuilen en kansen. Blind vertrouwen op de standaard afschrijvingstabel of het negeren van de impact van verschillende meetmethodes voor CO2-uitstoot kan het verschil betekenen tussen een slimme investering en een financiële teleurstelling. De echte besparing zit niet in de aankoopprijs alleen, maar in het meester worden over de BPM-regels.

Maar wat als de sleutel tot maximale besparing niet ligt in het simpelweg *berekenen* van de BPM, maar in het *structureren* van de aangifte op de meest voordelige manier? Dit is precies de invalshoek die we in dit artikel hanteren. We duiken dieper dan de oppervlakte en onthullen de mechanismen achter de cijfers. We behandelen de BPM niet als een onvermijdelijke kost, maar als een variabel gegeven dat u naar uw hand kunt zetten.

In dit complete overzicht ontleden we de cruciale onderdelen van de BPM-puzzel. We analyseren de impact van veranderende wetgeving, de enorme verschillen tussen brandstoftypes, de strategische keuze voor een taxatierapport en de gevolgen van nieuwe Europese meetmethodes. Zo bent u niet langer een passieve betaler, maar een actieve strateeg in het importproces.

Om u een helder pad door dit complexe landschap te bieden, hebben we de belangrijkste onderwerpen voor u op een rij gezet. Dit overzicht helpt u gericht de informatie te vinden die voor uw specifieke situatie relevant is.

Wat betekent het vervallen van de ondernemersvrijstelling BPM in 2025 voor uw nieuwe bestelbus?

Voor ondernemers is de afschaffing van de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s per 1 januari 2025 een van de meest ingrijpende fiscale wijzigingen in jaren. Waar u voorheen als ondernemer geen BPM hoefde te betalen bij de aanschaf van een nieuwe bestelbus, wordt dit voordeel volledig geschrapt voor voertuigen met een verbrandingsmotor. De nieuwe regeling baseert de BPM direct op de CO2-uitstoot, wat een enorme kostenstijging tot gevolg heeft. De overheid wil hiermee de overstap naar emissievrije bestelauto’s stimuleren.

De financiële impact is aanzienlijk. Het nieuwe tarief is vastgesteld op € 66,91 per gram CO2-uitstoot per kilometer. Dit betekent dat een ogenschijnlijk kleine stijging in uitstoot direct leidt tot duizenden euro’s extra belasting. Voor populaire dieselbussen, die vaak een relatief hoge CO2-uitstoot hebben, is dit een harde klap. De keuze voor een specifiek model of motorvariant wordt hierdoor niet langer alleen bepaald door laadvermogen of comfort, maar ook door de fiscale consequentie van de CO2-waarde.

Kostenimpact in de praktijk: de Opel Vivaro

Om de impact te illustreren, nemen we een populaire bedrijfswagen zoals de Opel Vivaro L2 1.5 BlueHDi. Met een uitstoot van 172 gram CO2 per kilometer zou de BPM voor dit model vanaf 2025 neerkomen op (172 * €66,91) = ruim € 11.500. Dit bedrag komt bovenop de nettoprijs van de bestelbus, wat een substantiële verhoging van de totale investering betekent voor ondernemers die afhankelijk zijn van dit soort voertuigen.

Gelukkig is er een overgangsregeling. Voor bestelauto’s die vóór 31 december 2024 zijn geregistreerd, blijft de oude vrijstelling van kracht, mits u aan de voorwaarden blijft voldoen (zoals het meer dan 10% zakelijk gebruik). Dit maakt het strategisch plannen van de aankoop van een nieuwe bestelbus in 2024 cruciaal voor wie nog wil profiteren van de oude regeling.

Plan van aanpak: navigeren door de overgangsregeling

  1. Datum eerste toelating (DET) controleren: Zorg ervoor dat de DET van uw bestelauto vóór 31 december 2024 ligt om in aanmerking te komen voor de vrijstelling.
  2. Zakelijk gebruik monitoren: Blijf voldoen aan de voorwaarde van minimaal 10% zakelijk gebruik om de vrijstelling te behouden gedurende de eerste vijf jaar.
  3. Afschrijvingstermijn begrijpen: Na vijf jaar is de BPM volledig afgeschreven onder de oude regeling en kunt u de auto zonder fiscale naheffing verkopen of privé gaan gebruiken.
  4. Voorkom terugvordering: Wees u ervan bewust dat de vrijstelling vervalt en u alsnog (een deel van) de BPM moet betalen als u binnen de termijn van vijf jaar niet meer aan de ondernemersvoorwaarden voldoet.
  5. Alternatieven overwegen: Evalueer de Total Cost of Ownership (TCO) van een elektrische bestelauto. Hoewel de aanschafprijs hoger kan zijn, zijn er geen BPM-kosten en profiteert u van lagere operationele kosten.

Waarom betaalt u voor een hybride SUV duizenden euro’s minder BPM dan voor een benzineversie?

Het antwoord op deze vraag ligt in de kern van de Nederlandse BPM-wetgeving: de CO2-uitstoot. Sinds 2013 is de CO2-uitstoot de primaire grondslag voor het berekenen van de BPM op personenauto’s. Hoe lager de uitstoot in gram per kilometer, hoe lager de te betalen belasting. Dit systeem is ontworpen als een financiële prikkel om automobilisten te sturen naar schonere en zuinigere voertuigen. Volledig elektrische auto’s (EV’s) hebben een uitstoot van 0 g/km en zijn daardoor volledig vrijgesteld van BPM.

Hybride voertuigen, en met name plug-in hybrides (PHEV’s), profiteren enorm van deze regeling. Door de combinatie van een verbrandingsmotor en een elektromotor hebben zij op papier een significant lagere CO2-uitstoot dan een vergelijkbaar model met uitsluitend een benzinemotor. De officiële meting houdt rekening met het deel dat elektrisch kan worden gereden, wat de gemiddelde uitstoot sterk drukt. Dit creëert een vorm van CO2-arbitrage: voor een auto met vergelijkbaar vermogen en formaat betaalt u duizenden euro’s minder belasting door te kiezen voor de hybride variant.

Dit fiscale voordeel is vooral zichtbaar bij grotere en zwaardere auto’s, zoals SUV’s. Een benzine-SUV heeft door zijn gewicht en luchtweerstand vaak een hoge CO2-uitstoot, wat resulteert in een fors BPM-bedrag. De hybride versie van exact hetzelfde model kan dit bedrag reduceren tot een fractie van het origineel.

Visuele vergelijking van CO2-uitstoot tussen hybride en benzine SUV's

De onderstaande vergelijking voor de Hyundai Tucson illustreert dit principe perfect. Terwijl de benzineversie een aanzienlijke BPM-last kent, daalt dit bedrag drastisch voor de mild hybrid en wordt het bijna verwaarloosbaar voor de plug-in hybrid. Het verschil in BPM is vaak groter dan het prijsverschil in de netto-catalogusprijs, waardoor de hybride versie onderaan de streep goedkoper kan zijn.

Deze tabel toont de concrete besparing op de rest-BPM bij de import van een jonge occasion, gebaseerd op de CO2-uitstoot. Zoals blijkt uit een analyse van de BPM-verschillen, is de keuze voor een hybride motor een directe strategie om kosten te besparen.

BPM-verschil tussen brandstofversies Hyundai Tucson
Model CO2 (g/km) Rest-BPM Besparing t.o.v. benzine
Tucson 1.6 Benzine 176 €6.001
Tucson 1.6 Mild Hybrid 132 €1.917 €4.084
Tucson 1.6 Plug-in Hybrid 39 €719 €5.282

Wanneer heeft het zin om een taxatierapport te gebruiken in plaats van de afschrijvingstabel?

Bij het berekenen van de rest-BPM voor een importauto zijn er in principe twee methoden om de afschrijving te bepalen: de forfaitaire afschrijvingstabel van de Belastingdienst of een taxatierapport (ook wel koerslijst met waardebepaling genoemd). De standaardmethode, die door de meeste mensen wordt gebruikt, is de afschrijvingstabel. Deze tabel past een vast percentage afschrijving toe op basis van de leeftijd van de auto. Het is eenvoudig, voorspelbaar en vereist geen extra expertise.

Echter, deze methode gaat uit van een auto in perfecte staat met een gemiddeld aantal kilometers. De realiteit is vaak anders. Een importauto kan schade hebben die verder gaat dan normale gebruikssporen, een extreem hoge kilometerstand, of andere waardeverminderende factoren. In zulke gevallen is de werkelijke waarde van de auto lager dan de waarde volgens de forfaitaire tabel. Dit is het moment waarop een strategische afschrijving via een taxatierapport zinvol wordt. Een taxatierapport stelt de werkelijke handelswaarde van het specifieke voertuig vast, inclusief alle minpunten.

Als de in het taxatierapport vastgestelde waarde lager is dan de waarde volgens de afschrijvingstabel, betaalt u BPM over een lagere grondslag. De besparing op de BPM kan aanzienlijk zijn, en weegt vaak ruimschoots op tegen de relatief lage kosten van het opstellen van een officieel rapport, die vaak rond de 80 tot 100 euro liggen.

De cruciale voorwaarde voor het gebruik van een taxatierapport is helder, zoals experts in de autobranche benadrukken. Volgens een toelichting van AutoProff NL op de regels voor BPM-berekening:

Een taxatierapport mag alleen worden gebruikt bij auto’s met ‘meer dan normale gebruiksschade’. Dus wanneer de waarde van de auto niet met een normale koerslijst te beoordelen valt.

– AutoProff NL, BPM berekenen op een importauto

Denk hierbij aan zichtbare deuken, diepe krassen, ernstige steenslag, beschadigd interieur of technische mankementen. Het blindelings toepassen van de afschrijvingstabel zonder de staat van de auto kritisch te beoordelen is een veelgemaakte fout. Het is een gemiste kans om de BPM-last te verlagen door de werkelijke, lagere waarde van het voertuig als uitgangspunt te nemen.

Hoe krijgt u een deel van de BPM terug als u een Nederlandse auto naar het buitenland verkoopt?

Het Nederlandse BPM-systeem is niet alleen een belasting bij import, maar biedt ook een mogelijkheid tot teruggave bij export. Als u een in Nederland geregistreerde auto verkoopt aan een koper in een ander land binnen de Europese Economische Ruimte (EER), kunt u een deel van de oorspronkelijk betaalde of geresteerde BPM terugvragen. Dit mechanisme is bedoeld om dubbele belastingheffing binnen Europa te voorkomen en de restwaarde van Nederlandse auto’s op de internationale markt concurrerender te maken.

De teruggave is echter aan strikte voorwaarden verbonden. De belangrijkste is dat de regeling alleen geldt voor personenauto’s met een datum eerste toelating na 15 oktober 2006. Voor oudere auto’s is teruggave niet mogelijk. Daarnaast moet de auto duurzaam in een ander EU- of EER-land worden geregistreerd. U moet dit bewijzen met een kopie van het buitenlandse kentekenbewijs. De auto mag ook geen ernstige schade hebben; het moet een rijwaardig voertuig zijn.

Een veelvoorkomend misverstand is dat u de werkelijk betaalde BPM terugkrijgt. Dit is niet het geval. De teruggave wordt berekend op basis van het BPM-bedrag dat van toepassing zou zijn geweest op het moment van export, verminderd met de afschrijving volgens de forfaitaire afschrijvingstabel van de Belastingdienst. De werkelijke verkoopprijs van de auto speelt hierbij geen rol. De teruggave is dus een afspiegeling van de theoretische rest-BPM op het moment van export.

Om voor teruggave in aanmerking te komen, moet u de auto voor export aanmelden bij de RDW, de kentekenplaten inleveren en een verzoek om teruggaaf indienen bij de Belastingdienst. Het is een administratief proces dat nauwkeurigheid vereist, maar het kan financieel zeer de moeite waard zijn, vooral voor relatief jonge auto’s met een hoge oorspronkelijke BPM-waarde. Het loont om de export net na een ‘verjaardag’ van de registratiedatum te plannen, omdat de auto dan in een volgende, lagere trede van de afschrijvingstabel valt, wat de teruggave kan maximaliseren.

Wordt de BPM op termijn vervangen door rekeningrijden?

De toekomst van de BPM is een onderwerp van voortdurende politieke discussie en speculatie. Al jaren wordt er gesproken over een fundamentele hervorming van het Nederlandse autobelastingstelsel, waarbij de focus verschuift van belasting op bezit (zoals BPM en wegenbelasting) naar belasting op gebruik. Het meest genoemde alternatief is rekeningrijden, ofwel betalen per kilometer.

De belangrijkste drijfveer achter deze mogelijke transitie is de elektrificatie van het wagenpark. De huidige BPM is sterk afhankelijk van de CO2-uitstoot. Naarmate meer mensen overstappen op volledig elektrische auto’s (die 0 gram CO2 uitstoten), dalen de BPM-inkomsten voor de overheid drastisch. In 2023 was al een aanzienlijk deel van de nieuw verkochte auto’s elektrisch, en deze trend zal zich alleen maar voortzetten. Om de overheidsinkomsten op peil te houden en een eerlijker systeem te creëren waarin de gebruiker betaalt, is een nieuw stelsel onvermijdelijk.

Rekeningrijden zou betekenen dat de kilometerstand, en mogelijk ook de tijd en plaats van de rit, de hoogte van de belasting bepaalt. Dit zou de aanschaf van een nieuwe auto, ongeacht het type motor, in theorie vrijstellen van BPM. De belasting wordt dan verplaatst van het aankoopmoment naar het daadwerkelijke gebruik. Dit heeft grote gevolgen voor de totale kosten van autorijden en de businesscase voor het importeren van auto’s.

Hoewel de invoering van een vorm van betalen naar gebruik steeds waarschijnlijker wordt, is de concrete invulling nog onduidelijk. Recente kabinetsplannen wijzen op een invoering rond 2030, maar de details over tarieven, differentiatie (bijvoorbeeld spits- versus daltarieven) en de technische uitvoering zijn nog niet vastgelegd. De complexiteit en politieke gevoeligheid van het onderwerp zorgen voor een langzaam en voorzichtig proces. Toch is de algemene consensus dat het huidige BPM-systeem op de lange termijn onhoudbaar is in een geëlektrificeerd wagenpark. Voor nu blijft de BPM een cruciale factor, maar importeurs en autobezitters doen er goed aan de politieke ontwikkelingen op dit vlak nauwlettend te volgen.

Hoe vindt u de oorspronkelijke nieuwprijs van een importauto voor de BPM-aangifte?

Een van de meest cruciale gegevens voor de BPM-aangifte is de historische netto-catalogusprijs van de auto in Nederland op de datum van eerste toelating. Dit is de prijs die een consument in Nederland zou hebben betaald voor de auto toen deze nieuw was, maar dan zonder de BPM en zonder de BTW. Deze prijs omvat de basisprijs van het model plus de waarde van alle fabrieksopties en accessoires. Het is de grondslag waarop de oorspronkelijke bruto BPM is berekend.

Het vinden van deze exacte prijs kan een uitdaging zijn, vooral voor een auto die enkele jaren oud is. U kunt niet simpelweg de Duitse factuurprijs gebruiken. De BPM-berekening moet gebaseerd zijn op de Nederlandse marktsituatie van destijds. De Belastingdienst zelf geeft aan hoe u deze informatie kunt achterhalen, waarbij online bronnen een belangrijke rol spelen.

In een officiële toelichting stelt de Belastingdienst het volgende over het vinden van de juiste prijs:

U vindt de netto-catalogusprijs als u online zoekt op motorvoertuiggegevens. De netto-catalogusprijs is de consumentenprijs zonder bpm en zonder btw, inclusief opties en accessoires.

– Belastingdienst, BPM berekenen voor een personenauto

Dit betekent dat u op zoek moet naar historische prijslijsten en databases. De RDW-database kan een startpunt zijn, maar deze bevat niet altijd de gedetailleerde informatie over opties. Gespecialiseerde dataleveranciers zijn hier vaak de beste bron voor. Zij beschikken over uitgebreide archieven met de exacte prijzen van basismodellen en alle mogelijke fabrieksopties per bouwjaar.

Praktische toepassing: het gebruik van koerslijsten

Bedrijven zoals Autotelex zijn marktleider in het leveren van motorvoertuiggegevens. Hun systemen zijn gebaseerd op een enorme database met informatie van autogroothandels, autobedrijven, leasemaatschappijen en occasionportals. Door het chassisnummer (VIN) van de importauto in te voeren, kan hun software de exacte uitvoering en alle fabrieksopties identificeren. Vervolgens wordt de historische Nederlandse netto-catalogusprijs opgezocht. Dit biedt een nauwkeurige en door de Belastingdienst geaccepteerde basis voor de BPM-aangifte, waarmee discussies en correcties achteraf worden voorkomen.

Waarom stijgt de aanschafbelasting voor plug-in hybrides door nieuwe meetmethodes?

Plug-in hybrides (PHEV’s) waren jarenlang de kampioenen van de BPM-besparing, dankzij hun extreem lage officiële CO2-uitstoot. Deze lage waarde was echter vaak gebaseerd op een verouderde en onrealistische testcyclus, de NEDC (New European Driving Cycle). Deze test was kort, met lage snelheden en veel stationaire momenten, waardoor de invloed van de elektromotor werd gemaximaliseerd. Vanaf juli 2020 werd de WLTP (Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure) ingevoerd, die al een realistischer beeld gaf en de CO2-waarden deed stijgen.

De volgende stap in dit ‘regelgevend drijfzand’ is de invoering van de Euro 6e-bis norm vanaf 2025. Deze norm verplicht autofabrikanten om de CO2-uitstoot van PHEV’s nog realistischer te meten. De berekening moet nu rekening houden met een wegingsfactor die het werkelijke laadgedrag van de gemiddelde bestuurder beter weerspiegelt. In de praktijk laden veel PHEV-rijders hun auto niet consequent op, waardoor ze vaker op de verbrandingsmotor rijden dan de oude tests veronderstelden. De nieuwe meetmethode corrigeert hiervoor, wat leidt tot een forse ‘papieren’ stijging van de CO2-uitstoot.

Een hogere officiële CO2-uitstoot betekent onvermijdelijk een hogere BPM. De fiscale korting die PHEV’s zo aantrekkelijk maakte, verdampt hierdoor grotendeels. Een model dat voorheen net onder een gunstige BPM-grens viel, kan door de nieuwe meting ineens in een veel duurder belastingtarief terechtkomen.

De impact is significant. Zo blijkt uit berekeningen dat de officiële CO2-uitstoot voor een BMW X1 xDrive25e stijgt van 45 naar 96 gram per kilometer onder de nieuwe norm. Dit resulteert in een duizenden euro’s hogere BPM voor exact dezelfde auto. De onderstaande tabel, gebaseerd op analyses van de markt, toont de evolutie van de meetmethodes en de directe impact op de BPM.

Deze ontwikkeling laat zien hoe afhankelijk de BPM is van de geldende Europese regelgeving. Een auto die in 2024 nog een fiscaal koopje is, kan in 2025 een veel duurdere propositie worden, puur door een aanpassing in de rekenmethode.

Impact nieuwe CO2-meetmethode op BPM voor PHEV’s
Meetmethode Periode CO2-uitstoot PHEV Impact op BPM
NEDC Tot juli 2020 Laag (theoretisch) Grote BPM-korting
WLTP Juli 2020-2024 Hoger dan NEDC Minder korting
Euro 6e-bis Vanaf 2025 Realistischer (hoger) Minimale korting

Te onthouden

  • De rest-BPM is geen vast bedrag, maar het resultaat van strategische keuzes in de aangifte.
  • De CO2-uitstoot is de belangrijkste factor; de keuze voor een (plug-in) hybride kan duizenden euro’s besparen.
  • Wijk af van de standaard afschrijvingstabel en gebruik een taxatierapport als de auto meer dan normale gebruiksschade heeft.

Wat betekent de invoering van wegenbelasting voor elektrische auto’s in 2025 voor uw kostenplaatje?

Jarenlang genoten eigenaren van volledig elektrische auto’s (EV’s) van een volledige vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting (MRB), ook wel wegenbelasting genoemd. Dit, samen met de BPM-vrijstelling, was een belangrijke financiële stimulans om de overstap naar elektrisch rijden te maken. Aan dit voordeel komt echter een einde. Vanaf 1 januari 2025 wordt de vrijstelling stapsgewijs afgebouwd.

De overheid heeft besloten dat EV-rijders ook gaan bijdragen aan de kosten voor het wegennet. In 2025 krijgen EV-bezitters nog een aanzienlijke korting: zij betalen slechts 25% van het volledige MRB-tarief dat voor een vergelijkbare benzineauto zou gelden. Dit betekent dat de maandelijkse kosten voor het bezit van een EV zullen stijgen. Vanaf 1 januari 2026 vervalt de korting volledig en betalen EV-bezitters het volle pond. Omdat elektrische auto’s door hun accupakket aanzienlijk zwaarder zijn dan benzineauto’s, zal de MRB voor veel modellen fors zijn.

Voor het berekenen van uw toekomstige kosten is het belangrijk om de volgende stappen te doorlopen:

  1. Bepaal het gewicht: Zoek het leeggewicht van uw elektrische auto op. Dit bepaalt de gewichtsklasse voor de MRB.
  2. Vind het basistarief: Zoek het volledige MRB-tarief op dat hoort bij die gewichtsklasse en uw provincie (inclusief provinciale opcenten).
  3. Pas de korting toe: Voor 2025 neemt u 25% van dit bedrag. Voor 2026 neemt u 100% van dit bedrag.
  4. Vergelijk de kosten: Deze stijging in vaste lasten moet worden meegewogen in de totale kostenberekening (Total Cost of Ownership) bij de keuze tussen een elektrische auto en een auto met verbrandingsmotor.

Hoewel de operationele kosten van een EV (elektriciteit versus brandstof, minder onderhoud) lager blijven, verkleint de invoering van de MRB het financiële voordeel. Deze verandering is een essentieel onderdeel van het totale financiële plaatje bij de aanschaf en het bezit van een auto in de komende jaren. Het toont wederom aan dat de fiscale regels rondom autorijden constant in beweging zijn en een proactieve houding vereisen om niet voor verrassingen te komen te staan.

Nu u een volledig beeld heeft van de strategische elementen die de BPM en andere autokosten beïnvloeden, is het tijd om deze kennis toe te passen. Begin vandaag nog met het analyseren van uw importplannen door deze fiscale bril om uw besparing veilig te stellen en kostbare fouten te vermijden.

Veelgestelde vragen over BPM-teruggave bij export

Wordt de volledige BPM terugbetaald bij export?

Nee, u krijgt nooit de volledig betaalde BPM terug. De teruggave is gebaseerd op de afschrijvingstabel van de Belastingdienst en het rest-BPM-bedrag op het moment van export. De regeling geldt bovendien alleen voor auto’s met een datum eerste toelating na 15 oktober 2006.

Hoe wordt het teruggavebedrag berekend?

De BPM-teruggave wordt berekend op basis van de forfaitaire afschrijvingstabel van de Belastingdienst, niet op basis van de werkelijke verkoopprijs van de auto. Het is de theoretische rest-BPM die zou gelden als de auto op dat moment in Nederland zou worden geïmporteerd.

Wanneer is het gunstigst om te exporteren?

Het kan financieel gunstiger zijn om de auto net na een ‘verjaardag’ van de registratiedatum te exporteren. Op dat moment bereikt de auto een nieuwe, lagere afschrijvingsstap in de tabel, wat de rest-BPM verlaagt en dus het teruggavebedrag kan maximaliseren.

Martijn Visser, Mr. Martijn Visser is een ervaren fiscaal jurist met een specialisatie in Nederlandse autobelastingen zoals BPM en MRB. Hij heeft meer dan 12 jaar ervaring in het adviseren van MKB-ondernemers en accountantskantoren over fiscale mobiliteitsvraagstukken. Martijn publiceert regelmatig over wetswijzigingen en procedeert indien nodig tegen onterechte belastingaanslagen.