
De youngtimer-regeling is niet langer een gegarandeerde fiscale winst; een volledige TCO-analyse wijst vaak uit dat modernere alternatieven strategisch slimmer kunnen zijn.
- De 35% bijtelling over een lage dagwaarde lijkt aantrekkelijk, maar hogere onderhouds-, verzekerings- en brandstofkosten kunnen de totaalkosten aanzienlijk opdrijven.
- Elektrische voertuigen (EV’s) hebben een hogere fiscale waarde, maar profiteren van lagere operationele kosten. Autodelen elimineert eigendomskosten volledig, maar introduceert operationele frictie.
Aanbeveling: Bouw een 5-jaars TCO-model (Total Cost of Ownership) voordat u een beslissing neemt en overweeg een hybride mobiliteitsstrategie: een youngtimer voor de lange ritten, een deelauto voor de stad.
De droom van menig ondernemer: zakelijk rijden in een prestigieuze, karaktervolle auto van weleer – denk aan een klassieke Mercedes S-Klasse of een robuuste Volvo 940 – zonder de fiscale hoofdprijs te betalen. De youngtimer-regeling, met zijn bekende 35% bijtelling over de actuele dagwaarde in plaats van de torenhoge oorspronkelijke nieuwprijs, lijkt hiervoor de perfecte oplossing. Al jaren wordt deze regeling gezien als de heilige graal voor wie stijl en fiscale efficiëntie wil combineren.
Maar in een snel veranderend mobiliteitslandschap, gedomineerd door de opkomst van elektrische voertuigen (EV’s), milieuzones en flexibele deelconcepten, is de vraag gerechtvaardigd: is deze eenvoudige rekensom nog steeds valide? De discussie beperkt zich vaak tot een vergelijking van de maandelijkse bijtelling, maar dit is een te nauwe blik. De echte sleutel tot een slimme beslissing ligt niet in de bijtelling alleen, maar in de Total Cost of Ownership (TCO), oftewel de totaalkosten over de gehele gebruiksperiode.
De lage bijtelling van een youngtimer kan namelijk worden uitgehold door onverwacht hoge kosten voor onderhoud, verzekering en brandstof. Tegelijkertijd worden de fiscale spelregels voor moderne auto’s, en met name EV’s, constant herzien. Dit artikel doorbreekt de mythe van de simpele bijtellingsvergelijking. We bieden een diepgaande analyse die de youngtimer plaatst naast moderne benzineauto’s, EV’s en deelauto’s, met als enige doel u te helpen de strategisch en financieel beste keuze te maken voor uw onderneming.
Om u te helpen navigeren door de complexe afwegingen, duiken we in dit artikel dieper in de verschillende aspecten van elke keuze. We analyseren de onderliggende kostenstructuren, de fiscale voor- en nadelen en de praktische implicaties voor uw dagelijkse bedrijfsvoering.
Inhoudsopgave: De youngtimer-mythe ontrafeld: een complete analyse voor ondernemers
- De youngtimer-regeling: wat houdt het precies in en voor wie is het?
- De berekening voorbij: waarom Totaalkosten (TCO) de echte graadmeter zijn
- Youngtimer vs. moderne benzineauto: een directe TCO-vergelijking
- Waarom is de fiscale waarde van EV’s vaak hoger dan vergelijkbare benzineauto’s?
- De restwaardeparadox: hoe EV-afschrijving het TCO-model op zijn kop zet
- Hoe bespaart u BPM en motorrijtuigenbelasting door auto’s te delen in plaats van te bezitten?
- Aan welke strikte voorwaarden moet u voldoen om bijtelling op deelauto’s te voorkomen?
- Conclusie: is de youngtimer nog de heilige graal in een hybride mobiliteitsstrategie?
De youngtimer-regeling: wat houdt het precies in en voor wie is het?
Voordat we de diepte in duiken, is het essentieel de basis scherp te hebben. De youngtimer-regeling is een specifieke fiscale regeling voor ondernemers die een auto van de zaak ook privé gebruiken. Een auto wordt fiscaal als ‘youngtimer’ beschouwd zodra deze de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt. Waar voor nieuwere auto’s (jonger dan 15 jaar) de bijtelling wordt berekend over de oorspronkelijke cataloguswaarde, geldt voor een youngtimer een ander regime.
De grondslag voor de bijtelling is niet de nieuwprijs, maar de waarde in het economisch verkeer (WEV), oftewel de huidige markt- of dagwaarde. Over deze vaak aanzienlijk lagere waarde betaalt u een hoger bijtellingspercentage van 35%. Het idee is dat een auto van €60.000 na 15 jaar misschien nog maar €8.000 waard is. De bijtelling van 35% over €8.000 (€2.800 per jaar) is dan veel voordeliger dan 22% over €60.000 (€13.200 per jaar).
Deze regeling is primair bedoeld voor ondernemers (zowel voor de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting) en directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) die in een auto van de zaak rijden. De aantrekkingskracht zit hem in de mogelijkheid om een representatieve, luxe auto uit een hoger segment te rijden voor een fractie van de fiscale kosten die een vergelijkbaar nieuw model met zich mee zou brengen. Het is echter cruciaal om te beseffen dat dit slechts één puzzelstukje is; de operationele kosten en betrouwbaarheid zijn factoren die in deze simpele berekening niet worden meegenomen.
De berekening voorbij: waarom Totaalkosten (TCO) de echte graadmeter zijn
Zich blindstaren op de lage bijtelling van een youngtimer is de meest gemaakte fout. Het is verleidelijk, maar het geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid. De ware kosten van een auto, zakelijk of privé, worden pas duidelijk wanneer u kijkt naar de Total Cost of Ownership (TCO). Dit concept omvat álle kosten die met het bezit en gebruik van de auto gemoeid zijn over een bepaalde periode, bijvoorbeeld vijf jaar.
De TCO omvat niet alleen de fiscale bijtelling, maar ook een reeks andere, vaak substantiële kostenposten. Denk hierbij aan afschrijving (of juist de waardevastheid), brandstof, onderhoud en reparaties, verzekering, motorrijtuigenbelasting (MRB) en eventuele financieringskosten. Juist bij een youngtimer kunnen deze ‘verborgen’ kosten de balans volledig doen doorslaan. Een oudere, complexe auto heeft statistisch gezien meer en vaak duurder onderhoud nodig. De brandstofefficiëntie is doorgaans lager en de verzekeringspremie voor een auto in een hoger segment kan ook aanzienlijk zijn.
Een TCO-analyse dwingt u om een holistische en strategische afweging te maken. Het vergelijkt niet alleen de maandelijkse ‘pijn’ in de portemonnee door de bijtelling, maar het totale financiële plaatje. Zo kan een moderne, zuinige auto met een hogere bijtelling over de gehele levensduur uiteindelijk goedkoper uitvallen dan een youngtimer met onverwacht hoge garagerekeningen. Het bouwen van een TCO-model is daarom geen luxe, maar een noodzakelijke stap voor elke ondernemer die een rationele, financieel onderbouwde keuze wil maken.
Uw stappenplan voor een waterdichte TCO-analyse
- Vergelijkbare klasse en periode vastleggen: Kies een autoklasse (segment/gewicht) en leg de looptijd (bv. 5 jaar) en het geschatte jaarkilometrage vast als basis voor alle opties.
- Kostenposten inventariseren: Splits alle kosten op in vaste (aanschaf, afschrijving, verzekering, MRB) en variabele (onderhoud, brandstof/elektriciteit, banden) posten.
- Afschrijving realistisch doorrekenen: Modelleer de afschrijving met meerdere scenario’s (optimistisch, neutraal, pessimistisch), aangezien dit de grootste onzekere factor is, met name bij EV’s.
- Fiscale regels naast kasstromen plaatsen: Zet de ‘papieren’ kosten zoals bijtelling en btw-correcties naast de daadwerkelijke uitgaven en eventuele subsidies.
- Consistente energieprijzen hanteren: Gebruik dezelfde aannames voor brandstof- en stroomprijzen (thuis/publiek) voor alle opties en neem laadverliezen als aparte factor op.
Youngtimer vs. moderne benzineauto: een directe TCO-vergelijking
Wanneer we de youngtimer direct naast een vergelijkbare, moderne benzineauto zetten, worden de verschillen in de TCO-opbouw direct zichtbaar. De moderne auto heeft als voornaamste nadeel de hoge fiscale grondslag: de oorspronkelijke cataloguswaarde. Zelfs na een paar jaar blijft de bijtelling gekoppeld aan die hoge nieuwprijs, wat resulteert in een aanzienlijk hoger bedrag dat maandelijks bij het inkomen wordt opgeteld.
De youngtimer scoort hier ogenschijnlijk beter met zijn 35% bijtelling over de lage dagwaarde. Dit fiscale voordeel wordt echter direct uitgedaagd op andere fronten. De operationele kosten van een 15+ jaar oude auto zijn bijna altijd hoger. Denk aan:
- Onderhoud en reparaties: Slijtageonderdelen zijn vaker aan vervanging toe en reparaties aan complexe, oudere elektronica kunnen kostbaar zijn.
- Brandstofverbruik: Motoren van 15 jaar geleden zijn aanzienlijk minder efficiënt dan hun moderne tegenhangers, wat resulteert in een hogere brandstofrekening bij een gelijk kilometrage.
- Verzekering: Een luxe youngtimer kan een hogere verzekeringspremie hebben dan een standaard moderne auto, afhankelijk van de risico-inschatting door de verzekeraar.
Daartegenover staat dat een moderne auto profiteert van fabrieksgarantie, lagere onderhoudskosten en een superieur brandstofverbruik. De afschrijving is echter een cruciale factor: een nieuwe auto schrijft de eerste jaren het hardst af, terwijl een gewilde youngtimer zijn waarde juist kan behouden of zelfs kan zien stijgen. Deze waardevastheid kan een significant, zij het vaak ‘papieren’, voordeel zijn in de TCO-berekening. De keuze is dus een afweging tussen hoge initiële fiscale kosten en voorspelbaarheid (modern) versus lage fiscale kosten en onvoorspelbaarheid in onderhoud (youngtimer).
Waarom is de fiscale waarde van EV’s vaak hoger dan vergelijkbare benzineauto’s?
Bij het vergelijken van een youngtimer met een moderne auto, komt de elektrische auto (EV) als een steeds relevantere, maar complexere, optie naar voren. Een veelgehoorde klacht is dat de fiscale waarde van een EV, en daarmee de bijtellingsgrondslag, vaak hoger is dan die van een vergelijkbare benzineauto. Dit is direct te herleiden tot de definitie van de grondslag: de oorspronkelijke cataloguswaarde, inclusief btw en bpm.
De productiekosten van een EV zijn momenteel nog hoger dan die van een benzineauto, voornamelijk door het kostbare accupakket. Dit resulteert in een hogere nieuwprijs. Hoewel EV’s tot voor kort profiteerden van een bpm-vrijstelling, telt de hogere basisprijs (inclusief btw) direct door in de cataloguswaarde. Een elektrische sedan kan daardoor zomaar €10.000 duurder zijn dan zijn benzine-equivalent in hetzelfde segment, wat leidt tot een navenant hogere bijtelling, zelfs met een verlaagd bijtellingspercentage (indien van toepassing).

Deze hogere fiscale basis creëert een ‘gevoelsmatige’ ongelijkheid, waarbij de ondernemer wordt geconfronteerd met een hogere papieren kost voor een auto die in gebruik juist goedkoper zou moeten zijn. De afweging tussen het oude leer van een youngtimer en de moderne laadkabel van een EV is dus geen simpele keuze; het vereist een diepgaand begrip van hoe de fiscale grondslag voor elke optie wordt bepaald.
De onderstaande tabel, gebaseerd op informatie van de Belastingdienst, illustreert dit fundamentele verschil in de grondslag voor de bijtelling. Het laat zien waarom de discussie verder moet gaan dan alleen het bijtellingspercentage, zoals blijkt uit een analyse van de waardebepaling door de fiscus.
| Keuze | Grondslag (fiscale waarde) | Wat zit er in die grondslag? | Waarom kan dit ‘hoger voelen’? |
|---|---|---|---|
| Moderne benzineauto (auto ≤ 16 jaar) | Oorspronkelijke cataloguswaarde | Incl. btw, bpm en fabrieks-/importeursaccessoires | Bijtelling/verrekening blijft gekoppeld aan de (vaak hoge) nieuwprijs, ook als de marktwaarde inmiddels lager ligt. |
| EV (auto ≤ 16 jaar) | Oorspronkelijke cataloguswaarde | Incl. btw, bpm en fabrieks-/importeursaccessoires | EV’s starten vaak met een hogere nieuwprijs door accupakket en technologie; daardoor is de fiscale basis (cataloguswaarde) vaak hoger dan bij een vergelijkbare benzineauto. |
| Youngtimer (ouder dan 16 jaar, regeling vanaf 2026) | Waarde in het economisch verkeer (dagwaarde/marktwaarde) | Wat je normaal zou krijgen bij verkoop (actuele marktwaarde) | De fiscale basis kan veel lager zijn dan de oorspronkelijke nieuwprijs, waardoor 35% over dagwaarde in euro’s vaak gunstig uitpakt. |
De restwaardeparadox: hoe EV-afschrijving het TCO-model op zijn kop zet
Een van de grootste en meest onzekere factoren in elke TCO-berekening is de afschrijving. Traditioneel gezien schrijven auto’s het meest af in de eerste jaren. Bij youngtimers zien we vaak een afgevlakte curve of zelfs waardestijging. Echter, de opkomst van EV’s introduceert een nieuwe dynamiek: de restwaardeparadox. Door snelle technologische ontwikkelingen en onzekerheid over de levensduur van accu’s, is de afschrijving op EV’s momenteel significant hoger dan op traditionele auto’s.
Dit fenomeen heeft een enorme impact op de TCO. Een hoge afschrijving betekent een groot kapitaalverlies voor de eigenaar. Terwijl de operationele kosten van een EV (stroom, onderhoud) laag zijn, kan het verlies op de restwaarde dit voordeel volledig tenietdoen. Een onderzoek aangehaald door Fleet.be illustreert dit treffend. Het toont aan dat in een prognose voor juli 2025 de restwaarde van elektrische auto’s van minder dan 2 jaar oud gemiddeld 49% van hun nieuwprijs bedroeg, tegenover een veel robuustere 68% voor hybride auto’s.
Deze snelle depreciatie maakt het bezit van een nieuwe EV voor een ondernemer een risicovolle investering vanuit TCO-perspectief. Het plaatst de waardevastheid van een zorgvuldig gekozen youngtimer in een heel ander licht. De youngtimer fungeert in dit scenario bijna als een ‘stabiele investering’ met voorspelbare, zij het potentieel hoge, operationele kosten. De EV daarentegen is een gok op de toekomst: lage operationele kosten, maar een hoog en onvoorspelbaar afschrijvingsrisico. Deze paradox is een cruciaal element in de strategische afweging.
Hoe bespaart u BPM en motorrijtuigenbelasting door auto’s te delen in plaats van te bezitten?
Naast de TCO van eigendom, wordt ‘gebruik’ in plaats van ‘bezit’ een steeds levensvatbaardere strategie. Autodelen, zowel via commerciële aanbieders als via poolconstructies, biedt een interessante mogelijkheid om vaste lasten zoals de Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) en motorrijtuigenbelasting (MRB) te omzeilen. Als u geen eigenaar bent van de auto, bent u immers niet degene die deze belastingen direct afdraagt.
De BPM betaalt u bij de aanschaf van een nieuwe auto in Nederland. Door een auto te delen, vermijdt u deze eenmalige, forse investering volledig. De MRB is een periodieke belasting die elke eigenaar betaalt. De tarieven hiervan veranderen bovendien. Volledig elektrische auto’s, die lang een nihiltarief genoten, gaan vanaf 2025 een kwarttarief betalen. Voor plug-in hybrides (PHEV’s) wordt het halftarief zelfs een driekwarttarief. Dit maakt het bezit van dergelijke auto’s duurder. Bij een deelauto zijn deze kosten doorgaans verwerkt in het uurtarief of kilometertarief, wat gunstig kan zijn voor wie relatief weinig rijdt.
Zelfs voor emissievrije auto’s, die gunstig behandeld worden, is er nog steeds sprake van een belastingcomponent. Zoals de Memorie van Toelichting bij het Belastingplan 2026 aangeeft, worden zelfs “reguliere emissievrije personenauto’s in de bpm enkel worden belast met een vaste voet van € 667”. Hoewel bescheiden, is het een kostenpost die bij autodelen niet direct op uw bord komt.
De verschuivingen in de MRB maken het bezit van een eigen auto duurder, wat het break-evenpunt richting autodelen kan verschuiven. Een overzicht van de Belastingdienst toont de concrete impact van deze wijzigingen.
| Voertuigtype | MRB-regime vanaf 1 januari 2025 (samengevat) | Praktische impact voor ‘bezitten’ vs ‘delen’ |
|---|---|---|
| Volledig elektrisch of waterstof (en 0 g CO2/km) | Kwarttarief: 25% van het gewone tarief (in plaats van het eerdere nihiltarief) | Bij bezit tellen MRB-kosten weer mee in je vaste lasten; bij autodelen zitten belastingen doorgaans in het tarief van de aanbieder (niet als losse MRB-post bij jou). |
| Personenauto met 1 t/m 50 g CO2/km (typisch veel PHEV’s) | Driekwarttarief: 75% van het gewone tarief (in plaats van halftarief) | Maakt ‘eigen PHEV’ relatief duurder in vaste lasten; kan het break-evenpunt richting delen/huur verschuiven als je weinig rijdt. |
Aan welke strikte voorwaarden moet u voldoen om bijtelling op deelauto’s te voorkomen?
De strategie van autodelen wordt pas echt fiscaal interessant als u de bijtelling volledig kunt vermijden. De Belastingdienst is hier echter zeer strikt in. Zodra een door de zaak ter beschikking gestelde auto (ook een deelauto die via de zaak wordt betaald) privé wordt gebruikt, is de bijtellingsregeling in principe van toepassing. Er is echter een cruciale ontsnappingsroute: de 500-kilometergrens.
De enige manier om bijtelling te voorkomen, is door sluitend aan te tonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt met de ter beschikking gestelde auto(‘s). Dit bewijs moet u leveren via een nauwkeurige en controleerbare rittenregistratie. Dit geldt voor elke auto die door de zaak wordt gefaciliteerd, dus ook voor deelauto’s die u voor zakelijke ritten gebruikt. De Belastingdienst stelt zelf ondubbelzinnig:
Alleen als u bijvoorbeeld met een rittenregistratie kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt, hoeft u niets te verrekenen.
– Belastingdienst, Privégebruik auto
In de praktijk kan dit leiden tot een hybride mobiliteitsstrategie. Een ondernemer kan bijvoorbeeld een youngtimer bezitten voor lange afstanden en privéritten (waarvoor de bijtelling wordt betaald) en daarnaast gebruikmaken van een zakelijk deelauto-abonnement voor stadsritten of voor toegang tot milieuzones. Zolang het privégebruik van die deelauto’s onder de 500 km blijft en wordt geregistreerd, wordt bijtelling daarover voorkomen.

Praktijkvoorbeeld: Greenwheels en de hybride mobiliteitsstrategie
De groei van de zakelijke markt voor deelauto’s onderstreept deze trend. In zijn jaarbericht over 2024 rapporteerde Greenwheels een groei van de B2B-markt met 31%. Dit toont aan dat steeds meer ondernemers bezit combineren met gebruik. De uitdaging hierbij is de operationele frictie: is er altijd een deelauto beschikbaar wanneer u die nodig heeft? Het succes van deze strategie hangt af van een goede planning en de beschikbaarheid van diensten in uw regio, een nadeel dat het gemak van een eigen (youngtimer) sleutel in uw zak niet heeft.
Kernpunten
- De youngtimer-regeling is fiscaal aantrekkelijk qua bijtelling, maar de Total Cost of Ownership (TCO) is de enige juiste maatstaf voor een goede beslissing.
- Hoge onderhoudskosten, een lager brandstofverbruik en verzekeringspremies kunnen het bijtellingsvoordeel van een youngtimer volledig tenietdoen.
- Moderne alternatieven zoals EV’s en deelauto’s bieden lagere operationele kosten of vermijden vaste lasten, maar komen met eigen nadelen zoals hoge afschrijving (EV) of operationele frictie (delen).
Conclusie: is de youngtimer nog de heilige graal in een hybride mobiliteitsstrategie?
De vraag waarmee we begonnen was of de youngtimer-regeling nog steeds de heilige graal is voor de ondernemer. Het antwoord is, na deze analyse, een genuanceerd ‘nee, niet per definitie’. De regeling is niet langer een vanzelfsprekende, risicoloze geld bespaarder, maar eerder een strategisch instrument binnen een bredere, hybride mobiliteitsstrategie. De heilige graal is niet de youngtimer zelf, maar het maken van een weloverwogen keuze op basis van een complete TCO-analyse.
De lage bijtelling blijft een krachtig argument, maar het is slechts één variabele in een complexe vergelijking. De hoge operationele kosten en onvoorspelbaarheid van een oudere auto staan lijnrecht tegenover de voorspelbaarheid van een moderne auto en de lage gebruikskosten van een EV. Tegelijkertijd werpt de hoge afschrijving van diezelfde EV een schaduw over zijn TCO-voordeel. Autodelen biedt een uitweg uit de eigendomskosten, maar introduceert afhankelijkheid en planning.
De slimme ondernemer van vandaag ziet deze opties niet als concurrenten, maar als complementaire onderdelen van een flexibel mobiliteitsplan. Een waardevaste youngtimer voor representatieve lange ritten en weekenden, gecombineerd met een zakelijk deelauto-abonnement voor efficiënte, emissievrije stadsritten, kan de fiscaal en operationeel meest optimale oplossing zijn. De youngtimer is dus geen heilige graal meer, maar kan nog steeds een zeer waardevol juweel zijn in de kroon van uw mobiliteit, mits u de volledige kosten kent en accepteert.
De enige manier om de mythes van de realiteit te scheiden, is door zelf de berekening te maken. Gebruik het stappenplan in dit artikel om een TCO-model op te stellen voor uw eigen situatie en ontdek welke optie – of combinatie van opties – voor u de ware heilige graal is.