maart 11, 2024

De overstap van Allrisk naar een beperktere dekking is geen kwestie van leeftijd, maar een rekensom die u honderden euro’s per jaar kan besparen.

  • De vuistregel ‘na 6 jaar overstappen’ is te kort door de bocht; uw persoonlijke kantelpunt hangt af van de premie versus de dagwaarde.
  • Verborgen factoren zoals de impact van een claim op uw no-claimkorting en de snellere afschrijving door veel kilometers zijn vaak doorslaggevend.

Aanbeveling: Gebruik de checklist in dit artikel om uw exacte omslagpunt te berekenen en neem een financieel verstandige beslissing in plaats van een gok.

Elke maand ziet u het weer van uw rekening afgeschreven worden: de premie voor uw Allrisk autoverzekering. Toen uw auto nieuw was, voelde dat volkomen logisch. U wilde de best mogelijke bescherming voor uw investering. Maar nu uw auto 5, 6 of misschien wel 7 jaar oud is, begint die premie te knagen. U hoort de vuistregels van vrienden en familie: “Na 6 jaar moet je overstappen naar WA+”, of “Allrisk is alleen voor nieuwe auto’s”. U vraagt zich af of u niet onnodig geld weggooit voor een dekking die de waarde van uw auto niet meer rechtvaardigt.

De waarheid is complexer dan deze simpele vuistregels. De beslissing om te stoppen met Allrisk is geen kwestie van leeftijd, maar van een zorgvuldige financiële afweging: de premie-risico-balans. Veel autobezitters blijven uit gewoonte of angst te lang Allrisk verzekerd, terwijl de hoge premie niet meer in verhouding staat tot de snel dalende dagwaarde van de auto. Ze betalen voor een maximale zekerheid die in de praktijk nog maar een fractie van de nieuwprijs dekt.

Dit artikel doorbreekt de mythes en de vage adviezen. We negeren de vuistregels en duiken in de cijfers. We geven u de concrete tools om uw persoonlijke kantelpunt te berekenen. Het moment waarop de extra premie voor Allrisk statistisch gezien weggegooid geld is. We analyseren niet alleen de dagwaarde, maar ook de verborgen kosten en risico’s, zoals de verraderlijke impact van één kleine claim op uw no-claimkorting, de invloed van een hoge kilometerstand en of die beloofde leenauto wel echt zo vanzelfsprekend is. Na het lezen van dit artikel neemt u geen beslissing meer op basis van een vuistregel, maar op basis van een weloverwogen, persoonlijke berekening.

Om u te helpen een weloverwogen beslissing te nemen, hebben we de belangrijkste vragen en verborgen kosten voor u op een rij gezet. Dit overzicht leidt u stap voor stap door alle factoren die uw persoonlijke premie-risico-balans bepalen.

Is het statistisch nog slim om Allrisk te betalen voor een auto met een dagwaarde van €8.000?

De kern van de beslissing ligt in de verhouding tussen de extra premie die u betaalt voor de Allrisk-dekking (bovenop WA+) en de huidige waarde van uw auto. De vuistregel is dat als de jaarlijkse Allrisk-premie meer dan 10% tot 15% van de dagwaarde bedraagt, de verzekering economisch gezien niet meer rendabel is. U betaalt dan een zeer hoge prijs voor het afdekken van een relatief laag risico. De vraag is niet óf uw auto total loss kan raken, maar of de extra premie opweegt tegen de potentiële uitkering.

Laten we dit concreet maken. Stel, uw auto heeft een dagwaarde van €8.000 en uw eigen risico is €150. De maximale uitkering bij total loss is dan €7.850. Als het verschil in jaarpremie tussen Allrisk en WA+ €400 bedraagt, betaalt u feitelijk €400 om een risico van €7.850 af te dekken. Dit is een premie-risico-verhouding van ruim 5%. Dit kan nog acceptabel zijn, maar naarmate de dagwaarde daalt en de premie gelijk blijft, wordt deze balans steeds ongunstiger. De onderstaande tabel illustreert het maandelijkse premieverschil voor een gemiddelde auto.

Een vergelijkende analyse van premies toont aan dat de verschillen aanzienlijk kunnen zijn, wat de berekening van uw persoonlijke kantelpunt essentieel maakt. De volgende gegevens zijn indicatief en gebaseerd op een gemiddeld bestuurdersprofiel.

Premieverschil Allrisk vs WA+ bij €8.000 waarde
Verzekeraar Allrisk per maand WA+ per maand Verschil
FBTO €21,51 €15,62 €5,89
Univé €28,00 €19,00 €9,00
InShared €25,00 €17,50 €7,50

Uw stappenplan: Bereken uw persoonlijke Allrisk-kantelpunt

  1. Bepaal de dagwaarde: Zoek de huidige, realistische verkoopwaarde van uw auto op via een betrouwbare bron zoals de ANWB/Bovag Koerslijst.
  2. Noteer de premies: Vraag uw huidige jaarpremie voor Allrisk op en vergelijk deze met de jaarpremie voor een WA+ (Beperkt Casco) dekking bij dezelfde verzekeraar.
  3. Bereken het premieverschil: Trek de jaarlijkse WA+ premie af van de jaarlijkse Allrisk-premie. Dit is het bedrag dat u puur betaalt voor de dekking tegen zelf veroorzaakte schade.
  4. Analyseer de premie-risico-balans: Deel het premieverschil door de dagwaarde minus uw eigen risico. Vermenigvuldig dit met 100 om een percentage te krijgen.
  5. Neem een beslissing: Ligt dit percentage boven de 10-15%? Dan is het statistisch gezien waarschijnlijk verstandiger om over te stappen naar WA+. Weeg hierbij ook uw eigen financiële buffer mee: kunt u onverwachte reparatiekosten zelf opvangen?

Hoe voorkomt u dat één kleine claim uw no-claim korting volledig verdampt?

Een veelvoorkomende maar gevaarlijke misvatting is dat een Allrisk-verzekering betekent dat u elke schade, hoe klein ook, moet claimen. Dit is de ‘no-claim valkuil’. Eén enkele claim voor een kleine parkeerschade kan u vijf schadevrije jaren kosten, waardoor uw no-claimkorting drastisch daalt. De premieverhoging die hieruit voortvloeit over meerdere jaren is vaak aanzienlijk hoger dan de kosten van de reparatie zelf. Hierdoor wordt de Allrisk-verzekering in de praktijk een ’total loss-verzekering’, omdat het voor kleine schades financieel onverstandig is om te claimen.

Abstracte visualisatie van schadevrije jaren en premieberekening

Het no-claimsysteem is ontworpen om voorzichtig rijgedrag te belonen. Na vele jaren schadevrij rijden, kunt u een aanzienlijke korting opbouwen. Zo kan bij OHRA de no-claimkorting oplopen tot 82%. Het is cruciaal om te begrijpen dat deze opgebouwde korting een waardevol financieel bezit is dat u niet lichtzinnig op het spel moet zetten. De terugval in schadevrije jaren na een claim is gestandaardiseerd en hard. Voordat u een claim indient, is het daarom verplicht om een simpele rekensom te maken: wat kost de reparatie versus wat kost de jarenlange premieverhoging?

Praktijkvoorbeeld: De impact van één schadeclaim

Een analyse van ABN AMRO toont de waarde van een hoge no-claimpositie. Iemand met 15 schadevrije jaren heeft de maximale korting van circa 80% bereikt. Als deze persoon een schade claimt, valt hij of zij terug naar 10 schadevrije jaren. De korting daalt, maar de val is minder dramatisch dan voor iemand met slechts 5 schadevrije jaren, die na een claim terugvalt naar 0. Hoe meer schadevrije jaren u heeft opgebouwd, hoe beter uw buffer is tegen een premieverhoging en hoe sneller u weer op uw oude kortingsniveau bent. Dit onderstreept het belang van het beschermen van uw schadevrije jaren, zelfs met een Allrisk-verzekering.

Krijgt u de nieuwprijs terug of de dagwaarde als u uw auto in het eerste jaar total loss rijdt?

Bij een gloednieuwe auto is het antwoord meestal geruststellend: dankzij de nieuwwaarderegeling. De meeste Allrisk-verzekeringen vergoeden bij een total loss of diefstal in het eerste jaar de volledige showroomprijs, niet de inmiddels gedaalde dagwaarde. Dit biedt cruciale bescherming tegen de forse afschrijving die een auto direct na aankoop ondergaat. Zonder deze regeling zou u bij een total loss na enkele maanden al duizenden euro’s moeten bijleggen voor een identieke nieuwe auto.

Deze regeling is vaak standaard voor één jaar inbegrepen, maar de duivel zit in de details. Veel verzekeraars, zoals Univé, bieden de mogelijkheid om deze periode tegen extra premie te verlengen naar bijvoorbeeld drie jaar. Dit kan zeer interessant zijn, omdat de afschrijving in de eerste drie jaar het grootst is. Echter, de voorwaarden zijn streng. De regeling geldt vrijwel altijd alleen voor de allereerste eigenaar van de auto en er kan een maximumaantal gereden kilometers aan verbonden zijn. Heeft u een jonge occasion (een ‘demonstratiemodel’) gekocht, dan bent u technisch gezien al de tweede eigenaar en vervalt uw recht op de nieuwwaarderegeling vaak.

De nieuwwaarderegeling geldt alleen voor de eerste eigenaar met maximale kilometerstand, check de kleine lettertjes.

– Annet van den Berg, Consumentenbond Expert Autoverzekeringen

Voor recente occasions bestaat er gelukkig een alternatief: de aanschafwaarderegeling. Deze vergoedt bij total loss het bedrag dat u voor de tweedehands auto heeft betaald, wat doorgaans gunstiger is dan de lagere dagwaarde op het moment van de schade. Ook hier geldt: controleer de voorwaarden en de looptijd van de regeling nauwkeurig.

Zit een leenauto standaard in uw Allrisk-pakket of staat u langs de kant?

Een veelgemaakte en kostbare aanname is dat een Allrisk-verzekering automatisch recht geeft op vervangend vervoer in elke situatie. Dit is pertinent onjuist. De standaarddekking voor vervangend vervoer in een Allrisk-pakket geldt vrijwel uitsluitend voor de reparatieduur na een gedekte aanrijding, of wanneer uw auto gestolen is. Staat u met pech langs de weg door een mechanisch of technisch mankement? Dan biedt uw standaard Allrisk-verzekering geen uitkomst en staat u letterlijk langs de kant, tenzij u een aanvullende pechhulpmodule heeft afgesloten.

Verzekeraars adverteren vaak met hun bereikbaarheid, en hoewel een alarmcentrale wellicht 24/7 bereikbaar is voor vervangend vervoer, is de dekking zelf de bepalende factor. De voorwaarden voor het vervangend vervoer dat wél onder de dekking valt, verschillen bovendien sterk per verzekeraar. Enkele cruciale punten om te controleren in uw polis zijn:

  • Duur van het vervangend vervoer: Hoeveel dagen heeft u recht op een leenauto? Dit kan variëren van enkele dagen tot de volledige reparatieduur.
  • Type auto: Krijgt u een vergelijkbare auto of een kleine stadsauto uit de ‘klasse A’? Als u afhankelijk bent van een ruime gezinsauto, kan dit voor problemen zorgen.
  • Dekking in het buitenland: Is vervangend vervoer ook gedekt als u in het buitenland schade rijdt?
  • Verplicht herstelbedrijf: Vaak is het recht op vervangend vervoer gekoppeld aan de voorwaarde dat u de reparatie laat uitvoeren bij een door de verzekeraar aangesloten schadeherstelbedrijf.

De conclusie is duidelijk: ga er nooit vanuit dat een leenauto geregeld is. Zie het als een potentiële bonus bij schade, niet als een gegarandeerd recht. Voor zekerheid bij pech is een aparte pechhulpverzekering of -module onmisbaar.

Is het goedkoper om pechhulp via uw verzekeraar te regelen dan via de Wegenwacht?

Op het eerste gezicht lijkt de pechhulpmodule van uw autoverzekeraar een koopje. Voor een paar euro per maand extra bent u gedekt tegen pech. In vergelijking met een volwaardig lidmaatschap bij een dienst als de ANWB Wegenwacht lijkt dit financieel aantrekkelijker. De realiteit is echter genuanceerder, en de goedkoopste optie is niet altijd de beste. Het fundamentele verschil zit in het type dekking: kentekengebonden versus persoonsgebonden.

De pechhulp van een verzekeraar is altijd gekoppeld aan één specifiek kenteken: de auto die u verzekerd heeft. De Wegenwacht-service daarentegen is persoonsgebonden. Dit betekent dat u geholpen wordt in welke auto u ook rijdt, of u nu zelf achter het stuur zit, naast uw partner, of in de leenauto van een vriend. Voor gezinnen met meerdere auto’s of mensen die ook een motorfiets bezitten, is een persoonsgebonden dekking bijna altijd superieur. De onderstaande tabel, gebaseerd op gegevens van onder andere de ANWB, zet de belangrijkste verschillen op een rij.

Vergelijking pechhulp: Verzekeraar vs. ANWB Wegenwacht
Aspect Via verzekeraar ANWB Wegenwacht
Type dekking Kentekengebonden Persoonsgebonden
Gemiddelde prijs/jaar €45-60 €79-119
Dekking andere auto’s Nee Ja
Aanrijtijd 30-45 min 20-30 min

Voor een multi-auto-gezin of een liefhebber met een motorfiets is een persoonsgebonden service zoals de Wegenwacht bijna altijd superieur.

– Expert Autoverzekeringen, Poliswijzer.nl

Daarnaast is er vaak een kwalitatief verschil in de hulpverlening. Diensten als de Wegenwacht hebben als kerntaak om u ter plekke weer op weg te helpen en slagen hier in de meeste gevallen ook in. Pechhulp via een verzekeraar resulteert vaker in het wegslepen van de auto naar een garage, wat meer tijd en ongemak met zich meebrengt. De keuze is dus niet alleen financieel, maar ook praktisch: betaalt u iets meer voor flexibiliteit en snellere service, of kiest u voor de goedkopere, maar beperktere basisdekking voor één auto?

Hoeveel schrijft uw auto extra af bij 50.000 km per jaar ten opzichte van gemiddeld?

Leeftijd is niet de enige factor die de waarde van uw auto doet kelderen; het aantal gereden kilometers is minstens zo belangrijk. Deze ‘waarde-erosie’ door intensief gebruik heeft een directe impact op het omslagpunt voor uw Allrisk-verzekering. Een auto van vier jaar oud met 200.000 kilometer op de teller heeft een aanzienlijk lagere dagwaarde dan een identieke auto met slechts 60.000 kilometer. Terwijl de eigenaar van de tweede auto wellicht nog profiteert van een Allrisk-dekking, gooit de veelrijder mogelijk al jaren geld weg.

Moderne auto op snelweg met suggestie van hoge kilometrage

De premie houdt geen of onvoldoende rekening met deze versnelde afschrijving. U betaalt een premie die gebaseerd is op de leeftijdscategorie van de auto, terwijl de werkelijke waarde die u verzekert veel sneller daalt dan gemiddeld. Dit creëert een snel groeiende onbalans in de premie-risico-verhouding. Voor bestuurders die veel kilometers maken voor werk of privé, is het daarom essentieel om de dagwaarde niet jaarlijks, maar misschien wel halfjaarlijks te controleren.

De impact is significant. Voor een gemiddelde auto die 15.000 km per jaar rijdt, kan het omslagpunt om over te stappen van Allrisk naar WA+ rond de 6 tot 8 jaar liggen. Echter, voor een veelrijder met 50.000 km per jaar, kan dit punt al veel eerder bereikt worden. Volgens sommige analyses ligt het omslagpunt voor Allrisk naar WA+ al na 4 jaar bij een dergelijk hoog kilometrage. Het negeren van de kilometerstand in uw verzekeringsbeslissing is een garantie voor het betalen van een te hoge premie.

Waarom is de goedkoopste leaseaanbieding vaak duurder door een hoog eigen risico?

Bij het vergelijken van private leaseaanbiedingen staren veel mensen zich blind op het maandbedrag. Een aanbieding van €299 per maand lijkt immers veel aantrekkelijker dan een van €329. Hier schuilt echter een verborgen kostenstructuur: het eigen risico. Een lager maandbedrag wordt vaak gecompenseerd met een significant hoger eigen risico bij schade. Waar de ene maatschappij een standaard eigen risico van €150 hanteert, kan de ‘goedkopere’ aanbieder u confronteren met een bedrag van €500 of zelfs meer per schadegeval.

Dit verandert de hele rekensom. Om een eerlijke vergelijking te maken, moet u de ‘Total Cost of Risk’ berekenen. Vermenigvuldig het maandbedrag met de looptijd van het contract en tel daar het eigen risico bij op, vermenigvuldigd met de geschatte kans op schade. Zelfs met één enkele schadeclaim gedurende de leaseperiode kan de ogenschijnlijk goedkopere deal plotseling de duurste worden. Een besparing van €30 per maand (€1.440 over 48 maanden) verdampt volledig als u eenmalig een eigen risico van €500 moet betalen in plaats van €150.

Het verhogen van het eigen risico kan in een normale verzekeringssituatie een bewuste keuze zijn om de premie te verlagen. Zoals onderzoek van United Consumers toont aan, kan de besparing oplopen tot wel €150 per jaar. Bij private lease heeft u deze keuze echter vaak niet; het hoge eigen risico is een vast onderdeel van de ‘goedkope’ deal. Wees hier extra alert op, vooral als u veel in de stad rijdt waar de kans op kleine parkeer- en manoeuvreerschades statistisch hoger is. Vraag altijd expliciet naar de hoogte van het eigen risico en de mogelijkheden om dit tegen een meerprijs te verlagen.

Te onthouden

  • De beslissing om Allrisk te stoppen is geen kwestie van leeftijd, maar van een rekensom: is de extra premie het waard voor de huidige dagwaarde?
  • Een no-claimkorting is een kostbaar bezit; een kleine schade claimen kan op termijn duurder zijn dan de reparatie zelf betalen.
  • Controleer altijd de kleine lettertjes van regelingen zoals de nieuwwaarde-, aanschafwaarde- en vervangend vervoer-dekking om verrassingen te voorkomen.

Krijgt u genoeg uitgekeerd om een gelijkwaardige auto terug te kopen na een total loss?

Een van de pijnlijkste momenten na een total loss-verklaring is de confrontatie met het uitgekeerde bedrag. U ontvangt de ‘dagwaarde’, een bedrag bepaald door een expert op basis van leeftijd, kilometers en algemene staat. Echter, wanneer u op zoek gaat naar een vervangende auto, ontdekt u al snel dat de ‘vervangingswaarde’ – de prijs die een garage vraagt voor een vergelijkbare auto – aanzienlijk hoger ligt. U moet plotseling een flink bedrag uit eigen zak bijleggen.

Dit verschil tussen dagwaarde en vervangingswaarde is een bekend en frustrerend fenomeen in de verzekeringswereld. De vervangingswaarde bevat de marge van de verkoper, eventuele garantie en de kosten om de auto verkoopklaar te maken. Deze elementen zijn niet meegenomen in de taxatie van de dagwaarde. Volgens diverse analyses toont onderzoek een gat van 10-20% tussen dagwaarde en vervangingswaarde. Voor een auto met een dagwaarde van €10.000 betekent dit dat u zomaar €1.000 tot €2.000 tekortkomt voor een gelijkwaardig model bij een dealer.

Voor bezitters van een relatief jonge occasion is er een oplossing om dit gat te dichten: de aanschafwaarderegeling. Deze aanvullende dekking, die vaak standaard één jaar is inbegrepen bij een Allrisk-verzekering en verlengd kan worden, zorgt ervoor dat u niet de dagwaarde, maar het volledige aankoopbedrag van uw occasion terugkrijgt. De volgende getuigenis illustreert de waarde hiervan.

Heb je net een tweedehands auto gekocht? Dan krijg je bij onze All Risk autoverzekering gratis 1 jaar lang de aanschafwaarderegeling. Met deze regeling ontvang je bij total loss of diefstal het aankoopbedrag van je auto terug. Je kunt ervoor kiezen om de aanschafwaarderegeling, in ruil voor extra autopremie, te verlengen met 2 jaar.

– Ervaring met aanschafwaarderegeling, Univé

Deze regeling biedt een cruciale financiële buffer en voorkomt de teleurstelling van een te lage uitkering. Het is een van de laatste sterke argumenten om een Allrisk-verzekering aan te houden voor een auto die de eerste jeugd voorbij is. Zodra deze regeling afloopt, en u terugvalt op de kale dagwaarde, wordt het nog belangrijker om de premie-risico-balans scherp in de gaten te houden.

Het is duidelijk dat de beslissing om uw Allrisk-verzekering te behouden of op te zeggen afhangt van een reeks persoonlijke factoren die veel verder gaan dan de leeftijd van uw auto. Door de tools en inzichten uit dit artikel te gebruiken, bent u nu in staat om uw eigen, geïnformeerde beslissing te nemen. Evalueer uw dagwaarde, bereken uw premie-risico-balans, en weeg de verborgen kosten van de no-claim valkuil en aanvullende modules zorgvuldig af. Begin vandaag nog met het berekenen van uw persoonlijke kantelpunt en voorkom dat u onnodig geld uitgeeft aan een verzekering die niet meer bij uw auto past.

Robert Koopman, Ing. Robert Koopman is een technisch wagenparkexpert met meer dan 18 jaar ervaring in de automotive after-sales en schadebranche. Hij is afgestudeerd aan de HTS Autotechniek en adviseert over onderhoudscontracten, bandenbeleid en restwaardemanagement. Zijn expertise borgt de operationele inzetbaarheid en veiligheid van zowel personenauto's als zwaar materieel.